Wilt u op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen en nieuwtjes rondom Niels Roelen en de uitgaven en activiteiten van Uitgeverij Carrera?

Naam:

Verplicht.

E-mailadres:

Verplicht.



Vertrouwd

Share
Tussen de gepokte mosselen en oesters liggen de restanten van een zeemeeuwenmaal: krabbenschildjes, poten en scharen. Als grote doorzichtige snottebellen liggen kwallen, achtergelaten na de vloed, gedrapeerd over de mosselen. In de kleine poeltjes die zijn achtergebleven zoek ik naar iets dat beweegt. Alles lijkt gevlucht voor het dreigende soppen van onze kisten, maar de zandwolkjes die vanuit kleine gaatjes omhoog geblazen worden verraden de aanwezigheid van garnaaltjes en andere kleine zeedieren.

Als neerstortende jachtvliegtuigen klappen sternen op het water van de Schelde, een ritueel dat ze herhalen tot ze verzadigd zijn. Het wegtrekkende water zorgt tussen de mosselen ondertussen voor een vreemd slurpend of tikkend geluid, als een zachte regen op een tentdoek. Soms spoelen er lage golven aan als een vertraagde reactie op schepen die reeds lang zijn gepasseerd.

Vlissingen kijkt gemoedelijk toe en weet, na al die keren dat we hier reeds eerder waren, dat we zo weer vanaf het Commando Monument naar Westkapelle zullen vertrekken. Naar de tank op de dijk, naar de Westkapelse kreek waar tot mijn grote verbazing voor het eerst een klein bootje vaart en een meeuw schreeuwt alsof hij wil zeggen: Ga!.

Vanaf de dijk lopen we naar de vuurtoren bij het kerkhof. Voor de twaalfde keer beklim ik de 189 treden van de wenteltrap. De trap draait rechtsom, een erfenis uit vroeger tijden omdat het daardoor voor de verdedigers makkelijker was om met rechts hun zwaard te hanteren. Aan het einde maken de diep uitgesleten stenen treden plaats voor houten. De pas geschilderde treden voelen ineens ongemakkelijk, alsof plastische chirurgie een litteken heeft verwijderd waar je aan gewend geraakt bent.

Eenmaal beneden wordt ons een snoepje aangeboden, een traditionele beloning voor de beklimming en afdaling.
‘Waar kan ik hier naar het toilet?’ vraagt een van de studenten. De dame zet de snoeptrommel neer en loopt naar buiten en wijst een plek aan in de bosjes achter de grafstenen.
‘Wij plassen altijd hier’, zegt ze op precies dezelfde manier als die eerste keer dat ik het haar vroeg. De student kijkt haar even ongelovig aan terwijl ik glimlach. Soms is het fijn als dingen niet veranderen



Niels ®elen