Wilt u op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen en nieuwtjes rondom Niels Roelen en de uitgaven en activiteiten van Uitgeverij Carrera?

Naam:

Verplicht.

E-mailadres:

Verplicht.



Zoetwatermatroos

Share
Een vriend van mij vertrok onlangs met zijn vriendin voor een rondje zeilen. Hij vroeg mij om op hun blogsite een gastblog te schrijven. De reis is te volgen op www.batjar.nl


‘Kun je zeilen?’ De vraag van mijnheer Akkerman bij het te laat binnenkomen van de les verrast me.
‘Ja.’
‘Goed genoeg om een boot met tien tot twaalf mensen die niet kunnen zeilen te begeleiden?’
‘Geen enkel probleem.’ Ik schop mijn leren schooltas onder het massief houten bureau van het natuurkundelokaal en wacht op de link tussen de les en het zeilverhaal.
‘Mooi, dan schrijf ik je bij deze op als begeleider voor het brugklaskamp.’
‘Wanneer is dat dan?’
‘In de eerste week na de zomervakantie.’ Meneer Akkerman schuift zijn bril hoger op zijn neus en schrijft in potlood mijn naam in het klassenboek van klas A5A. Niet in het vakje afwezig of te laat zie ik na de les, maar bij bijzonderheden. Vrijwilliger kamp staat er kortweg bij geschreven.

Ik heb nog nooit gezeild. Kan een beetje surfen, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het is halverwege juli, over twee weken begint de vakantie en dan heb ik (of beter gezegd mijn vriendin Anouk die wel kan zeilen) zes weken de tijd om te leren zeilen.

De hele vakantie zeil ik in de boot van Anouk, een oude boot waar je voor het overstag gaan nog een gaffel moet omtrekken, een boot die kraakt bij het gijpen.
‘Een zeilboot is geen surfplank’, bijt opa die de boot zelf heeft gebouwd me bij het aanmeren toe, ‘als je dat nog een keer doet, dan schop ik je persoonlijk die boot uit.’
Het zeilkamp blijkt na de zomer niet door te gaan, Anouk laat mij na enige tijd aan lager wal staan en noodgedwongen beëindig ik dat najaar mijn zeilcarrière.
Een trauma dat ik al die jaren goed heb weten te verbergen tot ongeveer een jaar geleden Stefan mij begint te vertellen over zijn plannen om samen met Marjolein een rondje over de Atlantische oceaan te varen. Bij lopen of fietsen durf ik het over een rondje te hebben, maar een zeiltocht over de oceaan zou ik geen rondje durven noemen. Dat is een avontuur.

Een avontuur waar je jaloers op kunt zijn, omdat je het zelf mee zou willen maken. Een verhaal waarvan het plot vooraf niet vast te leggen is, dat in iedere haven een nieuwe wending krijgt. Het brengt het verlangen naar wind en vrijheid in mij naar boven.
‘Volgend jaar ga ik zelf’, Gonst het door mijn hoofd, ‘geen zoetwatermatroos maar een Berend Botje.’ De bemanning ronsel ik, zoals mijnheer Akkerman dat vele jaren geleden deed, met die ene simpele vraag vlak voor het vertrek.



Niels ®elen